Inspraaknotitie woningbouw en houtkoolschets

Dorpsraad Woubrugge

Inspraak op de fractieavond 22 mei 2017

Extra Sociale Woningbouw op het terrein van Egmond in Woubrugge ?

Binnenkort start het TOP-traject voor de potentiële ESW-locatie terrein Van Egmond.
Opnieuw dreigt een plan aangepakt te worden, dat iedere logische samenhang met de omgeving mist.

De dorpsraad Woubrugge heeft zich reeds geruime tijd geleden uitgesproken tegen het hapsnap bedenken van allerlei geïsoleerde bouwplannen. Daarom is de welbekende houtskoolschets gemaakt, bedoeld om te komen tot betere oplossingen. De houtskoolschets heeft (naast onvermijdelijke kritiek) veel lovende woorden geoogst, ook van het gemeentebestuur. Het zou goed zijn die lovende woorden nu te doen opvolgen door concrete daden.

In de houtskoolschets wordt bepleit het terrein Van Egmond niet in isolatie te bezien, maar in samenhang met het direct ten zuiden van dit terrein gelegen gebied. Dan kan ook rekening worden gehouden met de bredere omgeving: niet alleen met de woningen aan de Kerkweg, maar ook met de bestaande en voorgenomen bebouwing langs de A. de Graaflaan, zoals de Wilgenhof en de Biekeweide van Nico Kroes.

Het terrein ten zuiden van het terrein Van Egmond is momenteel bestemd voor duurzame glastuinbouw en wordt gebruikt door VDE Plant. Dit bedrijf heeft geen bezwaar tegen het verwijderen van de kassen op die plek. De dorpsraad en VDE Plant zijn ervan overtuigd dat op het terrein Van Egmond plus het VDE terrein op termijn een woonwijk van hoge kwaliteit kan worden gerealiseerd. Er zijn ideeën voor energienul huizen en voor kassenwoningen, die aansluiten bij de glazen glastuinbouw omgeving. Daarbij kan ook Extra Sociale Woningbouw worden gerealiseerd.

Het is ons bekend dat de provincie en de gemeente voorstander zijn van duurzame glastuinbouw. Dat zijn de inwoners van Woubrugge ook, die veel bewondering hebben voor bedrijven als Nolina en VDE Plant. Waarom zou de overheid niet bereid zijn een omzetting van bestemmingen te bevorderen als dat resulteert in een logische ‘inbreidings-locatie’ voor (ESW)woningbouw, terwijl de toekomstmogelijkheden voor de duurzame glastuinbouw op kleine afstand gewaarborgd blijven?

Nadat alle overige onderzochte ESW-locaties in Kaag en Braassem om diverse redenen zijn afgevallen, resteert het terrein Van Egmond in Woubrugge blijkbaar als enige ‘korte termijn’ mogelijkheid binnen de gemeente Kaag en Braassem:
– een geïsoleerde pijpenla tussen de Kerkweg en de kassen
– waartegen de omwonenden (en dorpsraad) herhaaldelijk, op uiterst beschaafde wijze, geargumenteerd hebben en
– waarvoor eerder de omwonenden, op uitnodiging van de gemeente, allerlei interessante plannen hadden bedacht, die vijf voor twaalf van tafel werden geveegd.

Wij hebben onze ideeën voorgelegd aan wethouder Floris Schoonderwoerd en directeur Danny Visser van Woondiensten Aarwoude. Zij maakten een drietal opmerkingen.

– Zij toonden zich bereid te bekijken of het terrein Van Egmond op een zodanige wijze kan worden ontwikkeld, dat een verdere logische ontwikkeling naar het zuiden mogelijk wordt. Dat stellen wij op prijs, maar wij moeten nog zien of dat kan.

– Verder gaven zij aan dat het wijzigen van de bestemmingen, zoals door ons bepleit, bij de provincie op weerstand zal stuiten. Dat moge dan zo zijn, maar uitdagingen zijn er om met argumenten overwonnen te worden.

– Tenslotte mocht volgens beide heren het door de gemeenteraad opgelegde traject geen vertraging oplopen. Dat spreekt ons in het geheel niet aan. Het kan toch niet zo zijn dat wij met volle vaart een slechte oplossing willen realiseren, omdat een goede oplossing wat meer tijd kost?

Het gemeentebestuur is druk doende visies te ontwikkelen voor een decennium dat verschillende bestuursleden van de dorpsraad Woubrugge op zijn best in een verzorgingshuis zullen beleven. Dat ontslaat datzelfde gemeentebestuur niet van de plicht om ook een goede visie op de korte termijn te hebben.

Wij verzoeken daarom de gemeenteraad om het College van B&W ertoe te bewegen de door ons aangedragen voorstellen, samen met ons en de andere direct betrokkenen, serieus te ontwikkelen, ook al kost dat extra tijd. Of dat gebeurt als aanvulling op het TOP-traject of daaraan parallel loopt is ons om het even